Looninkomsten geen onderdeel winst uit onderneming

De Wet IB 2001 kent een rangorderegeling voor het inkomen in box 1. Op grond van deze rangorderegeling wordt looninkomsten, dat tot de belastbare winst uit onderneming behoort, als zodanig in de heffing betrokken, ondanks dat dit inkomen ook als belastbaar loon kan worden gekwalificeerd. Dat doet zich voor als er een nauwe samenhang bestaat tussen de in dienstbetrekking verrichte werkzaamheden en de werkzaamheden als ondernemer. De werkzaamheden in dienstbetrekking moeten dan wel in het geheel van de ondernemersactiviteiten een ondergeschikte plaats innemen.

Een ondernemer werkte ook in loondienst. Het loon uit dienstbetrekking bedroeg in 2005 € 42.401. De ondernemer wilde deze inkomsten tot de winst uit onderneming rekenen om zo te voldoen aan het urencriterium en recht te hebben op zelfstandigenaftrek. Volgens de urenadministratie bedroeg het totaal aantal gewerkte uren in 2015 1.569,5, waarvan 1.295,5 uren in loondienst.

Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelde dat er geen bewijs voor de vereiste nauwe samenhang tussen de ondernemersactiviteiten en de in loondienst verrichte werkzaamheden was geleverd door de ondernemer. Op basis van de omvang van de werkzaamheden in loondienst en van de ondernemersactiviteiten was niet voldaan aan de voorwaarde dat de in dienstbetrekking verrichte werkzaamheden in het geheel van de ondernemersactiviteiten een ondergeschikte plaats hebben ingenomen. Het loon uit dienstbetrekking was geen onderdeel van de winst uit onderneming.

Deel deze pagina: