Tijdstip staking onderneming

Er is sprake van een bron van inkomen wanneer voldaan is aan drie voorwaarden:

  • deelname aan het economische verkeer,
  • het (subjectieve) oogmerk om voordeel te behalen, en
  • de (objectieve) verwachting dat het voordeel redelijkerwijs kan worden behaald.

Inzet van een procedure was of in het jaar 2015 nog sprake was van een bron van inkomen. Tussen partijen was niet in geschil dat de activiteiten in de jaren 2011 tot en met 2014 een bron van inkomen vormden. De met die activiteiten behaalde voordelen vormden winst uit onderneming. Over het jaar 2015 volgde de Belastingdienst de ingediende aangifte, waarin winst uit onderneming was opgenomen. De belanghebbende bestreed achteraf dat zijn activiteiten in 2015 nog een bron van inkomen vormden. Het geschil spitste zich toe op de vraag of met de activiteiten redelijkerwijs voordeel te verwachten was. De rechtbank was van oordeel dat dit het geval was. De belanghebbende behaalde met zijn activiteiten in 2015 een aanzienlijk bedrag aan inkomsten. Dat volgde uit de ingediende aangifte en uit de aangiften omzetbelasting. Daaruit bleek dat de omzet in 2015 € 40.771 bedroeg. Hof Amsterdam deelde in hoger beroep het oordeel van de rechtbank dat de activiteiten een bron van inkomen vormden. Belastingheffing over de met die bron behaalde voordelen zou volgens het hof achterwege dienen te blijven als de belanghebbende aannemelijk kon maken dat met de Belastingdienst een vaststellingsovereenkomst was gesloten die neerkwam op staking van zijn onderneming per 1 januari 2015. In dat bewijs slaagde de belanghebbende niet.

De belanghebbende had per e-mail gereageerd op de door de Belastingdienst opgestelde vaststellingsovereenkomst. In die reactie stond dat hij de opgestelde overeenkomst bevestigde, met de toevoeging dat hij zijn bedrijf staakte op 1 januari 2015, waar de overeenkomst uitging van 1 januari 2016. De Belastingdienst heeft met die toevoeging niet ingestemd.