Reactie staatssecretaris op advies box 3

De staatssecretaris van Financiën heeft schriftelijk gereageerd op het advies van de parlementair advocaat over de gevolgen van arresten van de Hoge Raad over de vermogensrendementsheffing in box 3. De conclusie van de parlementair advocaat is dat de staat nu aan zet is om vast te stellen of de vermogensrendementsheffing over de jaren 2013 en 2014 een schending van het recht op ongestoord genot van bezit inhoudt. Dat recht is vastgelegd in het eerste protocol (EP) bij het Europees Verdrag ter bescherming van de rechten van de mens (EVRM). Als sprake is van een dergelijke schending, dan moet de wetgever deze schending herstellen.

De Hoge Raad heeft in de arresten aangegeven wanneer sprake zou zijn van een schending op stelselniveau, maar niet geoordeeld dat daarvan in de jaren 2013 en 2014 sprake was. Ingeval van een schending op stelselniveau kan de Hoge Raad daarvoor geen oplossing bieden, maar is het aan de wetgever om te voorzien in een eventueel rechtstekort.

Er is sprake is van een schending van artikel 1 EP EVRM als het nominaal zonder (veel) risico’s gemiddeld haalbare rendement gedurende de jaren 2013 en 2014 lager was dan 1,2%. Deze vraag geldt overigens ook voor de jaren 2015 en 2016 omdat het box 3-stelsel in die jaren ongewijzigd van toepassing was.

De staatssecretaris vraagt enkele onafhankelijke juridische deskundigen om een oordeel over de gevolgen van de arresten en een reflectie op de conclusie van de parlementair advocaat. Het is de staatssecretaris niet duidelijk wat onder adequaat herstel moet worden verstaan als sprake is van een schending van artikel 1 EP EVRM op stelselniveau. Is een wijziging van de wet adequaat herstel of moet er een vorm van financiële genoegdoening komen?

De parlementair advocaat is van mening dat de massaalbezwaarprocedure in principe eindigt met een collectieve uitspraak. In dit geval is dat de collectieve uitspraak van 19 juli 2019. Omdat na de collectieve uitspraak geen nationale rechtsmiddelen resteren die tot een andere uitkomst kunnen leiden, staat naar verwachting directe toegang open tot het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM). Over de ontvankelijkheid van een individuele klacht bij het EHRM kan en wil de staatssecretaris geen uitspraak doen.

Deel deze pagina: