Oude schuld volgt eigen woning niet naar box 3

De schulden die zijn aangegaan voor de aankoop, de verbetering of het onderhoud van een huis vormen tezamen de eigenwoningschuld. De eigenwoningschuld kan niet hoger zijn dan de koopsom met bijkomende kosten en de kosten van verbetering en onderhoud of de afkoopsom van een erfpachtrecht. De rente en kosten van de eigenwoningschuld zijn aftrekbaar.

Voor het voormalige huis, dat leeg staat in afwachting van verkoop, geldt een bijzondere regeling. Dit huis wordt nog tot drie jaar na het jaar waarin de woning niet langer door de eigenaar wordt bewoond als eigen woning aangemerkt naast de nieuwe woning. Dat betekent dat gedurende die periode voor twee woningen de betaalde rente aftrekbaar is. Als het huis na het verstrijken van de driejaarsperiode nog niet is verkocht, gaat deze van box 1 naar box 3. De opbrengst bij vervreemding van een huis, verminderd met de verkoopkosten en de eigenwoningschuld, wordt toegevoegd aan de eigenwoningreserve. De eigenwoningreserve neemt af bij aankoop van een huis met de koopsom en de voor dat huis geldende eigenwoningschuld. De overgang van een (voormalige) woning naar box 3 wordt als een vervreemding aangemerkt.

De Hoge Raad heeft een arrest gewezen over de vraag of de schuld op de voormalige eigen huis na de driejaarstermijn met het huis naar box 3 overgaat of kan worden toegerekend aan het nieuwe eigen huis. De belanghebbenden in deze procedure hadden het voornemen om de oude lening na verkoop van de oude woning te besteden aan een verbouwing van de nieuwe woning. In afwachting van de verkoop was de verbouwing voorgefinancierd met eigen geld. De vraag was of de rente op de oude schuld na het verstrijken van de driejaarstermijn aftrekbaar was in verband met toerekening daarvan aan de verbouwing van de nieuwe woning. Hof Arnhem-Leeuwarden was van oordeel dat de oude lening met behoud van aftrek kan worden meegenomen naar de nieuwe woning. De Hoge Raad deelt die opvatting.

De Hoge Raad verwijst in zijn arrest naar de wetsgeschiedenis. Daaruit blijkt dat, als de toerekening van de lening aan een bepaald huis eenmaal is bepaald, daarop bij ongewijzigde omstandigheden niet wordt teruggekomen. Het verband met de woning kan pas worden verbroken bij een wijziging van omstandigheden, zoals de (fictieve) vervreemding van de woning. Op dat moment kan de geldlening aan een andere eigen woning worden toegerekend.

Deel deze pagina: