Navordering naar aanleiding van inkeer

De reguliere termijn waarbinnen een navorderingsaanslag moet worden opgelegd bedraagt vijf jaar. Er geldt een verlengde termijn van twaalf jaar wanneer de navordering betrekking heeft op in het buitenland gehouden vermogensbestanddelen of in het buitenland opgekomen inkomensbestanddelen.

In een procedure over een navorderingsaanslag was in geschil of de aanslag betrekking had op in het buitenland gehouden vermogensbestanddelen of in het buitenland opgekomen inkomensbestanddelen. Het ging om door tussenkomst van een Liechtensteinse rechtspersoon aangehouden Nederlandse bankrekeningen en spaarbrieven. Het vermogen werd vanuit Nederland beheerd. Hof Den Bosch oordeelde dat het vermogensbestanddeel waarop de navordering betrekking had, bestond uit een recht op het vermogen van de Liechtensteinse rechtspersoon. Deze rechtspersoon was niet in Nederland belastingplichtig. Voor fiscale doeleinden werd het vermogen aan de in Nederland wonende gerechtigde toegerekend. De verlengde navorderingstermijn was volgens het hof van toepassing.

De navorderingsaanslagen betroffen de inkomstenbelasting voor de jaren 2002 en 2003. Zij werden aan de erven van de in 2004 overleden gerechtigde opgelegd naar aanleiding van een door de erfgenamen in 2014 gedane inkeermelding. De Liechtensteinse rechtspersoon was in 2013 geliquideerd. Het bij de liquidatie vrijgekomen vermogen was op een Liechtensteinse bankrekening gestort.

Deel deze pagina: