Gescheiden levende echtgenoten met twee woningen

Per 1 januari 2011 is het partnerbegrip in de inkomstenbelasting veranderd. Door deze wijziging zijn gehuwden, die duurzaam gescheiden wonen, elkaars fiscale partner.

Voor de toepassing van de eigenwoningregeling geldt dat partners slechts één woning als eigen woning kunnen aanmerken. Hebben een belastingplichtige en zijn partner twee woningen die als hoofdverblijf kunnen worden aangemerkt, dan moeten zij kiezen welke woning als hoofdverblijf en dus als eigen woning wordt aangemerkt.

Er geldt een bijzondere regeling voor partners die uit elkaar gaan. Wanneer een van beiden in de woning blijft wonen, wordt deze woning gedurende twee jaar voor degene, die de woning heeft verlaten, mede aangemerkt als eigen woning. Deze regeling geldt ook voor duurzaam gescheiden levende echtgenoten, ondanks het gewijzigde partnerbegrip. Is, nadat de tweejaarsperiode is verstreken, nog steeds sprake van duurzaam gescheiden levende echtgenoten, dan geldt dat een keuze gemaakt moet worden welke woning als eigen woning geldt vanwege het nog steeds bestaande fiscale partnerschap.

Twee al jaren duurzaam gescheiden levende echtgenoten waren gezamenlijk eigenaar van twee woningen. Ieder had zijn eigen hoofdverblijf. Doordat de echtgenoten als elkaars fiscale partner werden aangemerkt dienden zij gezamenlijk een keuze te maken om een van de hoofdverblijven als eigen woning aan te merken. Op een voor een kalenderjaar gemaakte keuze kan niet worden teruggekomen. Dat geldt ook als de partners een afwijkende keuze maken. In dat geval geldt de keuze die is gemaakt in de aangifte van de partner die het eerste bij de Belastingdienst binnenkomt.

Op grond hiervan oordeelde Hof Arnhem-Leeuwarden dat de Belastingdienst ten onrechte in de aanslag van een beide echtgenoten de verkeerde woning als eigen woning had aangemerkt door uit te gaan van de woning waarin deze belastingplichtige woonde. De aangifte van zijn echtgenote was eerder ingediend. In haar aangifte was de woning waarin zij woonde als eigen woning aangemerkt. Gevolg was dat de echtgenoot recht had op een hogere aftrek wegens negatieve inkomsten uit eigen woning.

Deel deze pagina: