Herziening aftrek voorbelasting

Bij de Hoge Raad is een procedure aanhangig over het recht op aftrek en herziening van voorbelasting bij gemengd gebruikte investeringsgoederen. De procedure betreft een gemeente, die gymnastieklokalen heeft laten bouwen en deze deels gebruikt voor belaste verhuur en deels voor activiteiten die buiten het bereik van de omzetbelasting vallen. Na enkele jaren gaat de gemeente de lokalen volledig voor belaste activiteiten gebruiken. De vraag is of de gemeente de omzetbelasting, die in eerste instantie niet volledig in aftrek is gebracht, mag herzien vanwege het gewijzigde gebruik.

Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelde dat de gemeente als overheid heeft gehandeld voor zover de lokalen ter beschikking zijn gesteld voor de gymlessen van leerlingen van basisscholen. Volgens het hof kan het deel van een gebouw dat bij de oprichting is bestemd voor gebruik als overheid niet als ondernemingsvermogen worden aangemerkt. Bij de latere wijziging van gebruik voor overheidshandelen naar belast gebruik ontstaat niet alsnog een recht op aftrek van voorbelasting. Dat kan ook niet op grond van de herzieningsregels ontstaan, aldus het hof.

De Advocaat-generaal (A-G) bij de Hoge Raad deelt in haar conclusie de visie van het hof niet. De terbeschikkingstelling van de gymlokalen zonder vergoeding is geen economische activiteit. Dit betekent dat die activiteit niet kan worden aangemerkt als overheidshandelen. In de conclusie gaat de A-G in op de rechtspraak van het Hof van Justitie EU over het recht op aftrek en herziening voor goederen die zowel privé als zakelijk worden gebruikt. Vervolgens behandelt de A-G rechtspraak over goederen die gemengd worden gebruikt voor economische en niet-economische handelingen. Uit de rechtspraak leidt de A-G af dat de gemeente bij de aanschaf heeft gehandeld als belastingplichtige en daarom recht heeft op herziening van de aftrek van voorbelasting. De A-G geeft de Hoge Raad in overweging het beroep in cassatie gegrond te verklaren.

Deel deze pagina: