Voorstel in te voeren vliegbelasting

De staatssecretaris van Financiën heeft een wetsvoorstel ter invoering van een vliegbelasting gepubliceerd. Het gaat om een belasting per vertrekkende passagier (een vliegticketbelasting), waarbij de transferpassagier wordt uitgesloten, en om een belasting per vertrekkend vrachtvliegtuig op basis van gewicht en geluidsklasse.

De vliegbelasting is een gedeeltelijke compensatie voor het niet heffen van brandstofaccijns en btw van het internationale vliegverkeer. Uitgangspunt bij de vaststelling van de tarieven is een beoogde budgettaire opbrengst van € 200 miljoen, zoals is afgesproken in het regeerakkoord. Het kabinet acht het onwenselijk om de externe milieukosten en de niet geheven accijns en btw volledig te compenseren via een vliegbelasting vanwege de concurrentie van de omringende landen en de mogelijke economische effecten.
Het kabinet heeft drie routes voor een vliegbelasting bekeken: een Europese aanpak, een nationale heffing op lawaaiige en vervuilende vliegtuigen en een nationale belasting per ticket.

Er is op dit moment geen Europese aanpak voor een belasting op luchtvaart. Een Europese aanpak zou kunnen bestaan uit het afschaffen van het nultarief in de btw voor internationale vluchten. De discussie over btw op luchtvaart wordt in Europees verband al 25 jaar gevoerd, tot op heden echter zonder resultaat. Een accijns op vliegtuigbrandstoffen voor vluchten binnen de EU is mogelijk op grond van de Richtlijn Energiebelastingen. Voor vluchten naar landen buiten de EU zou die richtlijn aangepast moeten worden. De verplichte accijnsvrijstelling voor de commerciële luchtvaart in de richtlijn moet vervallen. De inschatting is dat hiervoor onvoldoende draagvlak is. Voor de invoering van een Europese vliegbelasting zal de Europese Commissie het initiatief moeten nemen. Ook als er draagvlak is voor een Europese vliegbelasting, is het niet realistisch te veronderstellen dat nieuwe regelgeving voor 2021 zal zijn gerealiseerd.

Daarom kiest het kabinet voor een nationale belasting op vliegverkeer. De vliegbelasting zal worden geheven over het vertrek van een passagier met een vliegtuig of het vertrek van een vrachtvliegtuig vanaf een in Nederland gelegen luchthaven. De belasting wordt geheven van de exploitant van de luchthaven. De belasting zal naar verwachting door de exploitant van de luchthaven worden doorberekend aan de luchtvaartmaatschappij. Kleinere vliegtuigen blijven buiten de heffing, evenals passagiers- en vrachtvliegtuigen die vertrekken van luchthavens waarvan de start- en landingsbaan korter is dan 2.100 meter. Het tarief van de vliegbelasting per passagier bedraagt op basis van het prijspeil 2017 € 7. Voor vrachtvliegtuigen geldt een tarief per ton maximaal toegelaten startgewicht van € 3,85. Voor de minst lawaaiige vrachtvliegtuigen gaat een tarief gelden van € 1,925 per ton.

Deel deze pagina: