Hof legt kredietarrangement te beperkt uit

In 2013 heeft de Hoge Raad het zogenaamde paraplukredietarrest gewezen. In dit arrest heeft de Hoge Raad een bijzondere rechtsregel gegeven voor gevallen waarin:

  1. een vennootschap deelneemt aan een kredietarrangement waaraan ook andere concernvennootschappen deelnemen;
  2. die vennootschap hoofdelijk aansprakelijk is voor alle vorderingen die de bank heeft op die andere concernvennootschappen; en
  3. een regresvordering uit die hoofdelijke aansprakelijkheid pas wordt opgeëist wanneer de gehele schuld aan de bank is voldaan.

Wanneer aan deze drie criteria is voldaan, is het aanvaarden van hoofdelijke aansprakelijkheid voor de schulden van andere concernvennootschappen een onzakelijke handeling. Een afwaardering van de regresvordering komt dan niet ten laste van de winst.

Hof Den Bosch heeft in een in cassatie bestreden uitspraak geoordeeld dat aan het tweede en derde criterium was voldaan, maar aan het eerste niet. Volgens het hof was geen sprake van een kredietarrangement. Met de bank was het concern een overeenkomst tot rentecompensatie en saldoverrekening aangegaan. Op grond van deze overeenkomst verstrekte de bank kredieten tot het totaalbedrag van de creditsaldi op de bankrekeningen. Elke vennootschap was hoofdelijk aansprakelijk voor alle vorderingen die de bank uit hoofde van de overeenkomst had op de andere vennootschappen van de groep. De bank was bevoegd om creditsaldi van vennootschappen te verrekenen met debetsaldi van andere vennootschappen. Volgens de overeenkomst waren eventuele onderlinge regresvorderingen achtergesteld bij alle vorderingen van de bank.

De Hoge Raad heeft de uitspraak vernietigd omdat Hof Den Bosch het begrip kredietarrangement in de zin van het paraplukredietarrest te beperkt heeft uitgelegd.

Deel deze pagina: