Fiscale eenheid verbroken door verkoop

Een overeenkomst die tot stand is gekomen onder invloed van dwaling is vernietigbaar. De dwaling moet dan te wijten zijn aan een inlichting van de wederpartij of de wederpartij had, in verband met hetgeen zij omtrent de dwaling wist of behoorde te weten, de dwalende had behoren in te lichten. De overeenkomst is ook vernietigbaar als de wederpartij bij het sluiten van de overeenkomst van dezelfde onjuiste veronderstelling als de dwalende is uitgegaan. De vernietiging van een overeenkomst kan niet worden gegrond op een dwaling die voor rekening van de dwalende behoort te blijven. Op deze bepaling kan alleen een contractspartij zich beroepen.

Wanneer een derde zich in een procedure verzet tegen het bestaan van een vernietigingsgrond moet de rechtbank toetsen of er sprake is van een reële of een voorgewende vernietigingsgrond. In dat laatste geval kan aan de vernietigingsverklaring van de contractspartijen geen waarde worden toegekend.

Een procedure had betrekking op de verbreking van een fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting door de verkoop van de helft van de aandelen in een dochtermaatschappij. Deze verkoop werd enkele jaren later vernietigd met een beroep op dwaling. De Belastingdienst betwistte dat sprake was van dwaling. De dwaling was gebaseerd op een veronderstelde omzetdaling van 65% van de dochtermaatschappij in het jaar van verkoop, die door de verkoper niet zou zijn gemeld. De moedermaatschappij moest aannemelijk maken dat de koper een onjuiste voorstelling van zaken had ten tijde van het sluiten van de overeenkomst. De moedermaatschappij slaagde niet in dat bewijs. Opmerkelijk is dat de transactie plaatsvond in de familiesfeer. Vader was bestuurder en enig aandeelhouder van de verkopende partij. Zijn zoon was bestuurder en enig aandeelhouder van de kopende vennootschap. Na de transactie was de zoon zowel bestuurder van de koper als van de verkoper. Vader was kort na de aandelenoverdracht overleden. De vraag of vader ten tijde van de verkoop wist dat belangrijke klanten weg zouden vallen kon niet meer beantwoord worden. Naar het oordeel van de rechtbank was geen sprake van een reële vernietigingsgrond voor de aandelenoverdracht. Dat betekende dat de verkoop in stand was gebleven en er sprake meer was van een fiscale eenheid.

Deel deze pagina: