Termijnverlenging uitspraak op bezwaar

De Algemene Wet bestuursrecht schrijft voor dat een bestuursorgaan binnen zes weken moet beslissen op een bezwaarschrift. De termijn van zes weken gaat lopen op de dag na die waarop de termijn voor het indienen van het bezwaarschrift is verstreken. Het bestuursorgaan kan termijnverlenging toepassen voor maximaal zes weken. Is het bestuursorgaan te laat met het nemen van een beslissing, dan kan de indiener van het bezwaar het bestuursorgaan in gebreke stellen en vervolgens een verzoek indienen voor het opleggen van een dwangsom aan het bestuursorgaan.

In afwijking van de reguliere beslistermijn geldt voor bezwaarschriften met betrekking tot de Wet WOZ dat op het bezwaar wordt beslist in het kalenderjaar waarin het bezwaarschrift is ontvangen, tenzij het bezwaarschrift in de laatste zes weken van het jaar is ontvangen.

Een gemeentelijke heffingsambtenaar deelde op 21 december 2015 mee dat hij de termijn voor het doen van uitspraak op bezwaar met zes weken verlengde. Het bezwaarschrift was gericht tegen een WOZ-beschikking en aanslag OZB en op 19 februari 2015 ontvangen. De heffingsambtenaar deed op 12 februari 2016 uitspraak op het bezwaar. In de tussentijd had de belanghebbende de heffingsambtenaar in gebreke gesteld wegens het niet tijdig beslissen op zijn bezwaarschrift. Vervolgens had de belanghebbende beroep ingesteld wegens het uitblijven van een uitspraak op bezwaar en een verzoek ingediend tot het opleggen van een dwangsom.

Volgens de Hoge Raad heeft de heffingsambtenaar terecht een beroep gedaan op de wettelijke mogelijkheid om de beslistermijn te verlengen. Zowel de ingebrekestelling als het beroep bij de rechtbank wegens het niet tijdig beslissen was prematuur ingediend. De belanghebbende had geen recht op een dwangsom.

Deel deze pagina: