Meestbegunstigingsclausule in verdrag verhindert inhouding dividendbelasting

Het verdrag ter voorkoming van dubbele belasting tussen Nederland en Zuid-Afrika bevat voor dividenden een zogenaamde meestbegunstigingsclausule. Die clausule komt erop neer dat wanneer Zuid-Afrika in een later gesloten verdrag een lager percentage in te houden dividendbelasting of een vrijstelling van dividendbelasting afspreekt, dat lagere percentage of die vrijstelling in vergelijkbare gevallen ook geldt voor het verdrag met Nederland. De Hoge Raad is van oordeel dat Nederland door de werking van deze clausule in bepaalde gevallen geen dividendbelasting mag inhouden op uitkeringen van dividend door een Nederlandse vennootschap aan een Zuid-Afrikaanse aandeelhouder.

Het verdrag bepaalt dat dividenden worden belast in de woonstaat van de ontvanger maar dat ook de vestigingsstaat van de uitkerende vennootschap dividendbelasting mag inhouden. Daarbij geldt een maximum van 5% wanneer het belang van de ontvanger van het dividend in de uitkerende vennootschap 10% of meer bedraagt. Door de werking van de meestbegunstigingsclausule kan het maximum van 5% verlaagd worden. De Hoge Raad oordeelde dat een wijziging van het verdrag tussen Zweden en Zuid-Afrika tot gevolg heeft dat Nederland geen dividendbelasting mag inhouden. De wijziging in het verdrag met Zweden is van een latere datum dan het verdrag tussen Nederland en Zuid-Afrika. Het verdrag tussen Zweden en Zuid-Afrika kent een vergelijkbare dividendbepaling als het verdrag tussen Nederland en Zuid-Afrika. Bij de wijziging van het verdrag met Zweden is een meestbegunstigingsclausule opgenomen die, anders dan de in het verdrag met Nederland opgenomen clausule, niet de beperking kent dat het moet gaan om latere regelingen die voordeliger zijn. Enkele oudere verdragen, waarbij Zuid-Afrika partij is, beperken de heffingsbevoegdheid tot de woonstaat van de ontvanger van het dividend. Het gaat onder meer om het verdrag met Cyprus.

De meestbegunstigingsclausule werkt als volgt. Het verdrag tussen Nederland en Zuid-Afrika verwijst naar de latere wijziging van het verdrag tussen Zweden en Zuid-Afrika. De wijziging van dat verdrag is in werking getreden op 18 maart 2012. Het gewijzigde verdrag verwijst vervolgens naar het oudere verdrag tussen Cyprus en Zuid-Afrika. De Nederlandse meestbegunstigingsclausule verwijst zelf niet naar dat verdrag omdat het ouder is dan het verdrag tussen Nederland en Zuid-Afrika. De uitkomst van deze verwijzingen is dat Nederland met ingang van 18 maart 2012 geen dividendbelasting mag inhouden over uitkeringen aan inwoners van Zuid-Afrika die een belang van ten minste 10% hebben in de in Nederland gevestigde vennootschap die het dividend heeft uitgekeerd. De Hoge Raad onderschrijft met zijn oordeel eerdere uitspraken van de rechtbank en van Hof Den Bosch in deze procedure.

Deel deze pagina: