Bijtelling privégebruik

De bijtelling voor privégebruik van een auto van de zaak geldt zowel voor een werknemer als voor een zelfstandig ondernemer. Een werknemer moet een bedrag bij zijn loon tellen. Een ondernemer moet een bedrag bij zijn winst tellen voor het voordeel van het privégebruik van een auto van de zaak. Uitgangspunt is dat een auto van de zaak ook voor privédoeleinden ter beschikking is gesteld, tenzij blijkt dat de auto op jaarbasis voor niet meer dan 500 kilometer privé wordt gebruikt. Als dat laatste het geval is, wordt de onttrekking gesteld op nihil. Woon-werkverkeer met de auto wordt niet aangemerkt als privégebruik. De bewijslast van een privégebruik van niet meer dan 500 kilometer rust op de ondernemer.

Een bijzondere situatie deed zich voor bij een ondernemer, die tevens in loondienst werkzaam was. De ondernemer had de beschikking over twee auto’s van de zaak, namelijk een auto van de eigen onderneming en een auto van de werkgever. Voor de auto van de werkgever vond een bijtelling bij het inkomen plaats, voor de auto van de onderneming niet. De auto van de onderneming werd blijkens de rittenregistratie mede gebruikt voor woon-werkverkeer voor de dienstbetrekking. In totaal betrof dat in 2012 een afstand van 1.280 kilometer. Deze ritten werden als privégebruik aangemerkt, omdat het geen woon-werkverkeer ten behoeve van de onderneming betrof. De ritten hadden zakelijk kunnen zijn als er een vergoeding voor de kosten van dat gebruik in de winst was opgenomen of als het loon uit dienstbetrekking onderdeel was geweest van de winst uit onderneming.

Naar het oordeel van de rechtbank heeft de inspecteur terecht de winst van de ondernemer gecorrigeerd met een bijtelling voor privégebruik van de auto van de zaak. In hoger beroep heeft het gerechtshof de uitspraak van de rechtbank onderschreven.

Deel deze pagina: