Eindejaarsbesluit Financiën

Het eindejaarsbesluit van de staatssecretaris van Financiën bevat een aantal wijzigingen van wetten en uitvoeringsbesluiten. De wijzigingen zien op het terrein van directe belastingen, indirecte belastingen, het formele recht en de voorkoming van dubbele belasting. De wijzigingen vloeien voort uit het Belastingplan 2017 en de Wet aanpassing fiscale eenheid.

Wijzigingen

Het besluit omvat ondermeer aanpassingen in:

  • De loon- en inkomstenbelasting in verband met de verhoging van de pensioenrichtleeftijd en de verhoging van de AOW-gerechtigde leeftijd.
  • Het Uitvoeringsbesluit vennootschapsbelasting 1971 in verband met wijzigingen in de innovatiebox.
  • Het Besluit fiscale eenheid 2003 in verband met de wijziging van de innovatiebox en van het regime van de fiscale eenheid.
  • Het Besluit aftrekbeperking bovenmatige deelnemingsrente in verband met het gewijzigde fiscale-eenheidsregime in de vennootschapsbelasting.
  • Het Besluit voorkoming dubbele belasting 2001 in verband met de gewijzigde fiscale behandeling van een afgezonderd particulier vermogen (APV), het opnemen van criteria op basis waarvan landen als ontwikkelingslanden worden aangewezen, de herziening van de vermogensrendementsheffing in box 3 en het overgangsrecht voor royalty’s.
Pensioenrichtleeftijd

Sinds 1 januari 2014 is de pensioenrichtleeftijd gekoppeld aan de levensverwachting. De pensioenrichtleeftijd is een rekenleeftijd voor de berekening van de maximaal toegestane fiscale opbouwruimte. Op grond van de geraamde gemiddelde resterende levensverwachting van de Nederlandse bevolking op 65-jarige leeftijd voor het jaar 2028 wordt de pensioenrichtleeftijd per 1 januari 2018 verhoogd van 67 jaar naar 68 jaar. Vanaf 1 januari 2018 mag nog steeds fiscaal gefaciliteerd een levenslange uitkering van 1,875% van het middelloon worden opgebouwd. Wel moet worden uitgegaan van een uitkering die ingaat vanaf de 68-jarige leeftijd. De verhoging van de pensioenrichtleeftijd heeft geen invloed op de vóór 1 januari 2018 opgebouwde pensioenaanspraken en –rechten. In verband met deze aanpassing worden het dotatiepercentage voor de oudedagsreserve en de fiscaal maximale opbouwruimte voor lijfrenteproducten aangepast. Deze wijzigingen volgen eveneens uit de wet. De toevoeging aan de oudedagsreserve voor ondernemers wordt per 1 januari 2018 verlaagd van 9,8% naar 9,44% van de winst. De opbouwruimte voor lijfrenteproducten daalt van 13,8% naar 13,3% van de grondslag.

AOW-gerechtigde leeftijd

De AOW-gerechtigde leeftijd wordt per 1 januari 2022 verhoogd van 67 jaar naar 67 jaar en 3 maanden. In verband met deze verhoging worden voor het deelnemingsjarenpensioen het aantal deelnemingsjaren en het leeftijdscriterium aangepast.

Besluit voorkoming dubbele belasting 2001

Het Besluit voorkoming dubbele belasting wordt gewijzigd in verband met de herziening van de vermogensrendementsheffing in box 3 van de Wet IB 2001 per 1 januari 2017. Voor de voorkoming van dubbele belasting voor inkomen uit sparen en beleggen uit buitenlandse bezittingen wordt het forfaitaire rendement evenredig aan de rendementsgrondslag in het buitenland toegerekend.
Verder is een bepaling opgenomen waardoor de regels voor de verrekening van bronbelasting op royalty’s die in de innovatiebox vallen ook wordt toegepast op royalty’s die onder het overgangsrecht van de innovatiebox vallen.

Deel deze pagina: