Hof van Justtie geeft nadere uitleg aan begrip dienst

Voor de kwalificatie van een dienst als een handeling onder bezwarende titel moet er een rechtstreeks verband bestaan tussen de dienst en de ontvangen tegenprestatie. Dat verband ontbreekt als het bestaan van een vergoeding onzeker is.

De vraag in een procedure voor het Hof van Justitie EU was of de deelname aan sportwedstrijden in de vorm van de „terbeschikkingstelling” van een paard door zijn eigenaar aan de organisator van een race een dienst onder bezwarende titel vormt. De tegenprestatie voor deze terbeschikkingstelling zou kunnen bestaan uit het prijzengeld, uit startgeld of uit een wederdienst of een andere vergoeding. De eigenaar van een paard betaalt inschrijfgeld voor deelname aan een race.

Volgens het Hof van Justitie EU is het bieden van de mogelijkheid om een paard aan een race deel te laten nemen niet de daadwerkelijke tegenprestatie voor de terbeschikkingstelling van een paard door zijn eigenaar aan de raceorganisator. De vergoeding voor deelname aan de race is het betaalde inschrijfgeld. Een mogelijk voordeel dat de eigenaar van een paard kan halen uit die deelname, zoals de verhoging van de waarde bij een goede uitslag, is moeilijk kwantificeerbaar en onzeker. Dit voordeel kan dus niet dienen als de tegenprestatie voor de terbeschikkingstelling. Wanneer geen startgeld wordt betaald maar alleen prijzengeld bij een goede rangschikking, heeft de terbeschikkingstelling van het paard geen daadwerkelijke tegenprestatie.

Wanneer voor de deelname van het paard aan een wedstrijd startgeld wordt betaald aan de eigenaar vormt de terbeschikkingstelling van het paard wel een dienst onder bezwarende titel. De betaling door de organisator van een vergoeding aan de eigenaar van het paard is dan een tegenprestatie voor de dienst die de eigenaar van het paard aan de organisator verstrekt door zijn paard aan het evenement deel te laten nemen.

Wanneer de terbeschikkingstelling van het paard geen dienst onder bezwarende titel vormt is de vraag of er toch recht bestaat op aftrek van de voorbelasting omdat het gaat om algemene kosten die verband houden met de economische activiteiten van de eigenaar. Een vervolgvraag is of, als er recht is op aftrek van voorbelasting, of gewonnen prijzengeld in de maatstaf van heffing van de btw moet worden opgenomen.

In de door het Hof van Justitie EU behandelde casus betrof het de exploitatie van een renstal. De eigenaar fokte en trainde zowel eigen paarden als paarden van derden. De deelname aan wedstrijden hield verband met de economische activiteiten. Dat verband is op zichzelf niet voldoende voor het recht op aftrek van voorbelasting. Daarvoor is nodig dat de paarden bestemd zijn voor de verkoop of dat de deelname aan wedstrijden een middel is om de economische activiteit van de renstal te bevorderen.
Omdat het eventueel behaalde prijzengeld niet als tegenprestatie voor de terbeschikkingstelling van het paard kan worden aangemerkt, maakt het prijzengeld geen deel uit van de maatstaf van heffing.

Deel deze pagina: