Leegwaarderatio Successiewet niet verbindend

De nalatenschap van een erflaatster omvatte vijf onroerende zaken. Het ging om de eigen woning van de erflaatster en om vier verhuurde onroerende zaken. De erflaatster overleed in 2010. Volgens de aangifte erfbelasting was de waarde van de verhuurde zaken in totaal € 4,1 miljoen. De inspecteur corrigeerde de aangifte op dit punt en stelde de waarde van de onroerende zaken vast op € 5,9 miljoen. De inspecteur ging uit van de WOZ-waarde per 1 januari 2009, vermenigvuldigd met de zogenaamde leegwaarderatio. Dat is een correctiefactor om de waarde van een verhuurd pand te berekenen op basis van de onverhuurde waarde.

In een arrest uit 2015 heeft de Hoge Raad gezegd dat een in een uitvoeringsbesluit neergelegde wijze van waardebepaling buiten toepassing blijft als deze leidt tot een afwijking van meer dan 10% van de waarde in het economisch verkeer. Die waardebepaling kwam neer op een stapeling van forfaitair vastgestelde bedragen. Volgens Hof Amsterdam is dat arrest ook van toepassing voor de erfbelasting. De waarde per 1 januari 2009 van een aantal verhuurde onroerende zaken van de erflater volgens een taxatierapport was meer dan 10% lager dan de WOZ-waarde vermenigvuldigd met de leegwaarderatio. De in het uitvoeringsbesluit Successiewet opgenomen regeling van de leegwaarderatio was daarom onverbindend. De Hoge Raad deelt de opvatting van het hof.

De wetgever heeft willen voorkomen dat het gebruik van de WOZ-waarde bij de heffing van schenk- en erfbelasting ertoe leidt dat verhuurde woningen in aanmerking worden genomen voor een waarde die te ver afwijkt van de werkelijke waarde in het economisch verkeer. De in het Uitvoeringsbesluit uitgewerkte regeling moet verzekeren dat de heffingsgrondslag marktconform is. Net als bij de in het arrest uit 2015 behandelde casus voor de inkomstenbelasting is in de Successiewet de door de wetgever gedelegeerde bevoegdheid beperkt tot het treffen van een regeling die moet verzekeren dat de grondslag van de belastingheffing bij benadering overeenkomt met de waarde in het economisch verkeer. Daarom heeft het hof terecht de uitleg van het arrest uit 2015 overgenomen.

Deel deze pagina: