Ten onrechte gevormde herinvesteringsreserve

Regel

Een ondernemer die een bedrijfsmiddel verkoopt tegen een hogere prijs dan de boekwaarde kan de belastingheffing over de behaalde boekwinst uitstellen. Dat uitstel van belastingheffing gebeurt door de vorming van een herinvesteringsreserve. De gereserveerde winst moet vervolgens worden afgeboekt op investeringen in andere bedrijfsmiddelen in dat jaar of in de drie volgende jaren. Voorwaarde voor het mogen vormen van een herinvesteringsreserve is dat de ondernemer het voornemen heeft om tot herinvestering over te gaan. Ontbreekt het herinvesteringsvoornemen dan wordt de boekwinst in de winst opgenomen en belast.

Casus

De activiteiten van een BV bestonden uit de exploitatie van onroerende zaken. Na het overlijden van de dga in 2005 werden in korte tijd alle onroerende zaken verkocht. De daarbij behaalde boekwinsten werden uitgeleend aan de weduwe van de dga. Er werd gezocht naar een koper voor de aandelen in de BV. Om belastingheffing over de behaalde boekwinsten te vermijden werd door de koper van de aandelen een recent aangekochte onroerende zaak verkocht en geleverd aan de BV. Daarna werden de aandelen in de BV overgedragen. De vraag was of de in 2005 behaalde boekwinsten in een herinvesteringsreserve opgenomen konden worden en vervolgens worden afgeboekt op de aanschaffingskosten van de nieuwe onroerende zaak. Daarnaast was de vraag of de BV een bedrag van ruim € 77.000 aan advieskosten ten laste van haar winst mocht brengen. De adviezen betroffen de verkoop van de aandelen en het testament en de successieplanning van de weduwe van de dga.

Volgens de aangifte Vpb leed de BV in 2005 een verlies. Dit verlies werd verrekend met de winst van het jaar 2002. Na een boekenonderzoek legde de inspecteur een navorderingsaanslag over 2005 op ter correctie van de vorming van de herinvesteringsreserve en de advieskosten. De beschikking waarbij het verlies over 2005 was vastgesteld werd herzien. Dat gold ook voor de beschikking waarbij het eerder vastgestelde verlies was verrekend.

Hof Den Bosch was van oordeel dat de advieskosten niet zakelijk waren, omdat zij betrekking hadden op privé aangelegenheden van de aandeelhouder. Het hof oordeelde verder dat de BV in het jaar 2005 geen herinvesteringsreserve kon vormen. Gezien de voorgenomen verkoop van de aandelen en het uitlenen van de behaalde boekwinsten ontbrak het voornemen om tot herinvestering over te gaan. Daar kwam bij dat de weduwe van de dga 80 jaar oud was en dat enkele onroerende zaken waren verkocht aan de weduwe en haar kinderen. Omdat geen herinvesteringsreserve kon worden gevormd, was terecht geen verlies over het jaar 2005 vastgesteld. Omdat de navorderingsaanslag over 2005 en de verliesherzieningsbeschikking in stand bleven, mocht de inspecteur ook navorderen over 2002 om de eerder verleende verliesverrekening te corrigeren.

Deel deze pagina:
Geschreven door