Heffing precariobelasting

De Gemeentewet biedt gemeenten de mogelijkheid om een belasting te heffen voor het hebben van voorwerpen op, onder of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond. Deze precariobelasting is een algemene belasting. Dat houdt in dat de gemeente vrij is in de besteding van de opbrengst van die belasting en dat het de gemeente vrij staat de belasting te beperken tot een gedeelte van haar grondgebied, of afhankelijk van de ligging van de grond andere tarieven te hanteren. Voor een dergelijk onderscheid moet een objectieve en redelijke rechtvaardiging bestaan. Is dat niet het geval, dan kan de rechter de gemeentelijke belastingverordening op dat punt onverbindend verklaren.

De belastingverordening van de gemeente Terschelling werd met ingang van 1 januari 2011 op een aantal punten aangepast. Voor de precariobelasting werd een tariefdifferentiatie ingevoerd waardoor voor een aantal straten een verhoogd tarief gold. Tegelijk werd het aantal maanden waarin de belasting was verschuldigd verhoogd van zes naar negen. Volgens Hof Arnhem-Leeuwarden ontbrak voor de tariefdifferentiatie de vereiste objectieve en redelijke rechtvaardiging. Voor de invoering van de tariefdifferentiatie waren geen andere redenen gegeven dan verhoging van de opbrengst en dat dit door de rechter was toegestaan. Het hof verklaarde de gemeentelijke belastingverordening op het punt van de tariefdifferentiatie onverbindend.

In de procedure kwam ook de tariefsverhoging door verlenging van de periode waarover de belasting wordt geheven aan de orde. Deze verlenging leidde tot een verhoging van de belasting met 50%. Die aanpassing bleef in stand. De vaststelling van tarieven van gemeentelijke belastingen is een bevoegdheid van de gemeenteraad. De belastingrechter mag daarover alleen oordelen als de tariefstelling leidt tot een onredelijke of willekeurige heffing. De belanghebbende in deze procedure slaagde er niet zijn standpunt dat de belastingheffing onredelijk was te onderbouwen.

Deel deze pagina: