Berekening teruggaaf BPM bij uitvoer

Bij de uitvoer van een personenauto wordt op verzoek een teruggaaf BPM verleend. Bij de berekening van het bedrag van de teruggaaf wordt rekening gehouden met de duur van het gebruik van de auto in Nederland. Dat gebeurt aan de hand van een in de Uitvoeringsregeling bpm opgenomen afschrijvingstabel. Deze afschrijvingstabel is de afgelopen jaren een aantal maal gewijzigd.

Inzet van een procedure bij de Hoge Raad over een teruggaafbeschikking BPM was de vraag of de afschrijving moet worden berekend aan de hand van de laatst vastgestelde tabel of aan de hand van tijdens de gebruiksduur geldende tabellen. De belanghebbende in de procedure kwam op basis van de tabel zoals die gold van 7 maart 2008 tot 1 januari 2010, de tabel zoals die gold van 1 januari 2010 tot en met 30 juni 2012 en de afschrijvingstabel zoals die gold met ingang van 1 juli 2012 tot een lagere afschrijving dan de inspecteur had berekend. Dat zou betekenen dat hij recht had op een hogere teruggaaf aan BPM dan door de inspecteur was vastgesteld.
De inspecteur was uitgegaan van tabel die gold op de datum van uitvoer van de auto. Die berekening is correct, aangezien er bij de invoering van deze tabel geen andersluidend overgangsrecht is getroffen.

Deel deze pagina: