Geen vast middelpunt bij buitenlandse werkzaamheden

Een duiker, die als zelfstandige werkzaamheden verrichtte in India, claimde aftrek ter voorkoming van dubbele belasting. Het ging om reparatiewerkzaamheden aan een schip gedurende een periode van 89 dagen. Hof Arnhem-Leeuwarden was van oordeel dat de duiker voor het verrichten van zijn werkzaamheden niet over een vast middelpunt in India beschikte. Om die reden had hij geen recht op aftrek ter voorkoming van dubbele belasting.

Op het beroep in cassatie oordeelde de Hoge Raad als volgt. In het verdrag ter voorkoming van dubbele belastingheffing met India is geen omschrijving of verduidelijking opgenomen van wat moet worden verstaan onder “beschikken over een vast middelpunt”. Ook in het Nederlandse nationale recht is voor deze uitdrukking geen uitleg te vinden.

Volgens het commentaar op het OESO-modelverdrag is voor het bestaan van een vaste inrichting een zekere duurzaamheid vereist. Het verrichten van activiteiten met een tijdelijk karakter is onvoldoende voor het bestaan van een vaste inrichting. Gezien de overeenkomst tussen de begrippen ‘vast middelpunt’ en ‘vaste inrichting’ ligt het voor de hand om voor de mate van duurzaamheid die is vereist voor het bestaan van een vast middelpunt aan te sluiten bij het commentaar op het OESO-modelverdrag. Het oordeel van het hof geeft volgens de Hoge Raad geen blijk van een onjuiste opvatting van het begrip ‘vast middelpunt’. Het oordeel is voldoende gemotiveerd door het hof.

Deel deze pagina: