Vervolg op arrest-Kieback

De Hoge Raad heeft na beantwoording van de prejudiciële vragen door het Hof van Justitie EU arrest gewezen in een procedure over aftrekbare kosten van iemand die niet het grootste deel van zijn inkomen in Nederland heeft verdiend.

Volgens vaste rechtspraak van het Hof van Justitie EU is een niet-ingezetene vergelijkbaar met een ingezetene als hij vrijwel zijn hele inkomen in de werkstaat verdient en in de woonstaat geen rekening kan worden gehouden met zijn persoonlijke en gezinssituatie. De werkstaat moet de niet-ingezetene dan als ingezetene behandelen. Met betrekking tot de negatieve opbrengst van in het buitenland gelegen woningen heeft het Hof van Justitie EU nadere regels gegeven in het arrest Renneberg. In het arrest Kieback heeft het Hof van Justitie EU nu beslist dat de werkstaat een buitenlandse werknemer niet hoeft te behandelen als een ingezetene wanneer deze werknemer niet het belangrijkste deel van zijn belastbare inkomen over een heel belastingjaar in de werkstaat heeft verdiend.

De Hoge Raad heeft op grond van dit arrest een uitspraak van Hof Den Bosch vernietigd. Het hof behandelde een in Duitsland wonende medisch specialist, die in 2005 drie maanden in Nederland had gewerkt, als een Nederlands ingezetene. In die periode had de specialist vrijwel geen Duits inkomen. Omdat de specialist na deze drie maanden naar de Verenigde Staten vertrok, kon hij in de resterende periode van het jaar in Duitsland niet voldoende inkomen verwerven om Duitsland in staat te stellen met zijn persoonlijke en gezinsomstandigheden rekening te houden. De Hoge Raad heeft de zaak verwezen naar Hof Arnhem-Leeuwarden voor een berekening van het belastbare inkomen over het jaar 2005. Daarbij moet onderzocht worden of de specialist wenst af te zien van de bij de aangifte gemaakte keuze voor behandeling als binnenlands belastingplichtige.

Deel deze pagina: