Verkoopwinst grond na bestemmingswijziging geen nagekomen bedrijfsbate

De staatssecretaris van Financiën heeft het beroep in cassatie tegen een uitspraak van Hof Den Bosch ingetrokken. Bij nader inzien is het oordeel van het hof feitelijk van aard en niet onbegrijpelijk.

De procedure heeft betrekking op het al dan niet belast zijn van het voordeel dat een voormalige ondernemer heeft behaald met een grondtransactie. Na de inbreng van de onderneming in een BV ging de grond naar het privévermogen. De grond lag gedeeltelijk in een gebied waarin de ruimte-voor-ruimteregeling gold. Binnen die regeling verkocht de voormalige ondernemer een perceel als agrarische grond. Dat perceel kocht hij voor een hoger bedrag terug als bouwgrond. Vervolgens verkocht hij het perceel met winst aan een derde. Volgens de inspecteur ging het om een nagekomen bedrijfsbate of om resultaat uit overige werkzaamheden. Hof Den Bosch was van oordeel dat geen sprake was van een nagekomen bedrijfsbate omdat het plan om de grond te verkopen pas geruime tijd na de bedrijfsbeëindiging was ontstaan. Evenmin was sprake van resultaat uit overige werkzaamheden omdat de bestemmingswijziging op initiatief van de provincie tot stand was gekomen en de koper de verkoper had benaderd met het verzoek tot verkoop tegen een marktconforme prijs. Bij de beoordeling of sprake was van resultaat uit overige werkzaamheden heeft het hof de criteria gehanteerd die door de Hoge Raad zijn aangegeven in een arrest uit 2009.

Deel deze pagina: