Loonsanctie ongedaan gemaakt

De Centrale Raad van Beroep heeft een besluit over verlenging van de loondoorbetalingsverplichting vernietigd. Het UWV had tot verlenging van de loonbetalingsverplichting besloten omdat de werkgever te weinig had gedaan om een arbeidsongeschikte werkneemster te re-integreren. Dat besluit was gebaseerd op rapporten van verzekeringsartsen van het UWV. Beiden concludeerden dat de werkneemster vanaf september 2011 lichte werkzaamheden kon verrichten. De werkgever had daarom op dat moment moeten kiezen voor re-integratie in het tweede spoor omdat er bij de werkgever zelf geen re-integratiemogelijkheden waren. Deze conclusies waren opmerkelijk omdat het UWV in een deskundigenoordeel van augustus 2011 nog had gezegd dat er tot op dat moment voldoende re-integratie-inspanningen waren verricht en dat een traject in het tweede spoor de eerstvolgende maanden niet reëel was.

Volgens de Centrale Raad van Beroep heeft de werkgever mogen afgaan op het deskundigenoordeel van augustus 2011. De werkgever hoefde er geen rekening mee te houden dat het UWV achteraf met een gewijzigde visie zou komen. Van belang was dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep in zijn rapport vaststelde dat zich sinds het deskundigenoordeel van augustus 2011 geen wijzigingen hadden voorgedaan in de medische situatie van de werkneemster. Volgens de Centrale Raad van Beroep komt het er op neer dat het UWV achteraf zijn deskundigenoordeel intrekt. Dat is een standpuntwijziging die niet voor rekening en risico van de werkgever komt.

Deel deze pagina: