Aftrek voorbelasting verwerving deelneming

Het Hof van Justitie EU heeft prejudiciële vragen beantwoord over het recht op aftrek van voorbelasting op kosten die slechts gedeeltelijk aan een economische activiteit kunnen worden toegerekend. De vragen hadden betrekking op de voorbelasting die door een holding is voldaan bij de verwerving van kapitaal ter financiering van de aankoop van aandelen in dochterondernemingen. Een holding met geen andere activiteit dan het aanhouden van deelnemingen is geen ondernemer voor de omzetbelasting. De aankoop en het bezit van aandelen vormen geen economische activiteit. Dit is anders wanneer de holding zich actief met de deelneming bemoeid. Het voeren van de administratie en het verlenen van financiële, commerciële en technische diensten door de holding ten behoeve van haar dochterondernemingen geldt wel als een economische activiteit.

Of een ondernemer recht heeft op aftrek van voorbelasting wordt bepaald door het gebruik van de afgenomen goederen en diensten voor belaste prestaties. Worden de afgenomen goederen en diensten gebruikt voor vrijgestelde prestaties dan heeft de ondernemer geen recht op aftrek van voorbelasting. Een ondernemer heeft ook recht op aftrek van belasting over de algemene kosten. Worden afgenomen goederen en diensten zowel voor belaste als voor vrijgestelde prestaties gebruikt, dan vindt gedeeltelijke aftrek van voorbelasting plaats.

De kosten voor de verwerving van deelnemingen, die een holding die deelneemt aan het beheer van die dochterondernemingen heeft gemaakt, zijn toe te rekenen aan een economische activiteit van de holding. De omzetbelasting die over die kosten in rekening is gebracht komt in aanmerking voor aftrek als voorbelasting. Wanneer een holding niet aan het beheer van alle dochterondernemingen deelneemt, vormen de kosten van verwerving van de deelnemingen slechts voor een deel algemene kosten. Dat betekent dat de omzetbelasting slechts gedeeltelijk in aftrek komt.

Deel deze pagina: