Detailgegevens administratie moeten in beginsel bewaard worden

De Algemene Wet inzake Rijksbelastingen legt aan ondernemers administratieverplichtingen op. Ondernemers moeten een administratie bijhouden en gegevens die van belang zijn bewaren. In een procedure voor de Hoge Raad was de vraag of het niet bewaren van detailgegevens een schending van de administratieverplichtingen oplevert. Hof Arnhem-Leeuwarden was van oordeel dat dit niet het geval was en verwierp daarom het beroep van de inspecteur op omkering en verzwaring van de bewijslast.

Volgens de Hoge Raad moeten de in een geautomatiseerd bestel- en kassasysteem ingevoerde detailgegevens worden bewaard indien deze gegevens voor de heffing van belasting van belang zijn. Met behulp van dergelijke detailgegevens kan de volledigheid van de verantwoording van de omzet in geld worden geverifieerd aan de hand van het verband tussen in- en verkoop op goederenniveau. Wanneer de administratie voldoende andere gegevens bevat om een afdoende controle van de verantwoorde omzet in geld mogelijk te maken, hoeven detailgegevens niet bewaard te worden.
Er is ondanks de constatering van gebreken in de administratie geen reden voor omkering en verzwaring van de bewijslast indien geconstateerde gebreken van gering belang zijn. In dit geval had het hof niet onderzocht of de administratie voldoende andere gegevens bevatte voor een afdoende controle van de omzet. De Hoge Raad vindt een beperkte opslagcapaciteit van een bestel- en kassasysteem geen reden om overmacht aanwezig te achten. De Hoge Raad heeft de uitspraak van het hof vernietigd omdat deze berust op een onjuiste rechtsopvatting.

Deel deze pagina: