Incidentele bate geen incidenteel fiscaal voordeel

De inbreng van een onderneming in een BV kan fiscaal geruisloos plaatsvinden. Wanneer aan bepaalde voorwaarden is voldaan, kan de inbreng met terugwerkende kracht tot 1 januari van het jaar plaatsvinden. Op grond van een besluit van de staatssecretaris van Financiën wordt terugwerkende kracht niet verleend wanneer daardoor een incidenteel fiscaal voordeel wordt behaald.

Volgens Hof Arnhem-Leeuwarden is sprake van het behalen van een incidenteel fiscaal voordeel wanneer een eenmalige bate niet naar het inkomstenbelastingtarief maar naar het lagere vennootschapsbelastingtarief in combinatie met het in de toekomst te betalen aanmerkelijkbelangtarief. Het hof maakte daar zelfs een berekening van, uitgaande van verkoop van de aandelen in de BV na tien jaar en een jaarlijks rendement van 5%. De andere motieven die de ondernemer had om zijn onderneming in te brengen in een BV vond het hof niet van belang om terugwerkende kracht toe te staan.

De Hoge Raad maakt duidelijk dat het tariefvoordeel dat bij een bepaalde omvang van de winst kan worden behaald door de inbreng van een onderneming in een BV geen incidenteel maar een permanent voordeel is. Het in het jaar van inbreng en voor het opstellen van de voor terugwerkende kracht nodige intentieverklaring behalen van een incidentele bate leidt tot een groot tariefvoordeel, maar daarmee is het voordeel nog geen incidenteel fiscaal. De Hoge Raad heeft de beschikking van de inspecteur vernietigd en hem opgedragen om opnieuw te beslissen op het verzoek om geruisloze inbreng met terugwerkende kracht.

Deel deze pagina: