Uitkering smartengeld aan politieman onbelast

Het Besluit Algemene Rechtspositie Politie kende een regeling voor de uitkering van smartengeld bij invaliditeit door een dienstongeval of een beroepsziekte. Volgens Hof Arnhem-Leeuwarden was een uitkering van smartengeld aan een blijvend invalide geworden politieman een vrije vergoeding.

De Wet IB 2001 sluit voor de uitleg van het begrip loon aan bij de Wet op de Loonbelasting 1964. Volgens die wet omvat loon alles wat uit een dienstbetrekking wordt genoten. Niet tot het loon behoren vergoedingen die maatschappelijk niet als beloningsvoordeel worden ervaren. In beginsel valt een vergoeding voor smartengeld onder het loonbegrip omdat de vergoeding direct is verbonden met de dienstbetrekking. Volgens het hof wordt een uitkering van smartengeld maatschappelijk niet als beloningsvoordeel gezien. Het doel dat de werkgever met de regeling van deze vergoeding wil dienen is niet het belonen van politieambtenaren, maar de publieke dienstverlening.
De inspecteur heeft het bruto bedrag van de vergoeding ten onrechte in de heffing van inkomstenbelasting betrokken. De ingehouden loonheffing moet worden verrekend met de aan de politieagent opgelegde aanslag. Het hof realiseert zich dat de politieagent door zijn uitspraak een hoger nettobedrag aan smartengeld ontvangt dan uit de rechtspositionele regeling voortvloeit, maar dat is een zaak die speelt tussen werkgever en werknemer.

Deel deze pagina: