BTW voordruk

Een ondernemer is verplicht om een factuur uit te reiken voor leveringen of diensten die hij verricht aan een andere ondernemer. Op de factuur moet de ondernemer onder meer de naam van de afnemer vermelden. De afnemer is degene met wie de ondernemer de rechtsbetrekking is aangegaan op grond waarvan de ondernemer de levering verricht of de dienst verleent. Een ondernemer kan de omzetbelasting in aftrek brengen die andere ondernemers aan hem in rekening hebben gebracht. Voor het recht op aftrek van voorbelasting dienen de afgenomen goederen en diensten door de ondernemer te worden gebruikt voor belaste prestaties. Behoudens tegenbewijs is degene aan wie een factuur wordt uitgereikt waarin hij als afnemer wordt genoemd, degene aan wie de ondernemer zijn leveringen of diensten heeft verricht.

De Belastingdienst weigerde een deel van de aftrek van voorbelasting met als reden dat de als afnemer genoemde ondernemer niet de werkelijke afnemer zou zijn. De afnemer was een apotheker die met enkele huisartsen in een gezondheidscentrum was gevestigd. De facturen hadden betrekking op de inrichting van het gezondheidscentrum, niet alleen voor het door de apotheker gebruikte deel maar ook voor het door de huisartsen gebruikte deel. De apotheker verrichtte belaste prestaties; de huisartsen niet. Volgens de Belastingdienst was de apotheker niet de afnemer, omdat hij niet de gebruiker was van de inrichting van het door de huisartsen gebruikte deel en hij niet de beschikkingsmacht over de geleverde goederen had.

Hof Den Haag stond de aftrek van voorbelasting voor het door de huisartsen gebruikte deel niet toe. Volgens het hof bestonden er tussen de leveranciers en de huisartsen rechtsbetrekkingen en diende de inrichting van het gezondheidscentrum met name hun belang. Zo de apotheker al de afnemer van de inrichting was, zou de aftrek van voorbelasting zijn uitgesloten omdat sprake was van een relatiegeschenk. Tegen de uitspraak van het hof heeft de apotheker beroep in cassatie ingesteld.

In navolging van de conclusie van de Advocaat-generaal (AG) heeft de Hoge Raad de uitspraak van het hof vernietigd. Het oordeel van het hof dat de huisartsen de werkzaamheden hebben afgenomen berust op een onjuiste rechtsopvatting. Het bestaan van een rechtsbetrekking tussen de huisartsen en de dienstverrichters is niet vastgesteld. Dat de werkzaamheden in nauw overleg met de huisartsen zijn verricht en volgens hun wensen zijn uitgevoerd, is niet voldoende om een rechtsbetrekking aanwezig te achten. Ook het oordeel van het hof dat sprake was van een relatiegeschenk of een gift van de apotheker aan de huisartsen hield geen stand. Volgens de Hoge Raad is de enige conclusie die uit de gedingstukken kan worden getrokken dat de apotheker de kosten voor zijn rekening heeft genomen om zijn eigen omzet te vergroten door afzet van producten aan patiënten van de huisartsen. Hof Amsterdam moet de zaak verder behandelen.

Deel deze pagina: