Eigen woning en langlopende echtscheiding

De inkomsten uit eigen woning behoren tot de gezamenlijke inkomensbestanddelen wanneer een belastingplichtige het hele kalenderjaar dezelfde partner heeft. Is dat niet het geval, dan worden de inkomsten uit de eigen woning in aanmerking genomen naar rato van de gerechtigdheid tot de woning.

Hof Arnhem-Leeuwarden heeft onlangs moeten oordelen over de verwerking van de inkomsten uit eigen woning in het geval van een langlopende echtscheiding. De echtscheiding werd in 2006 door de rechtbank uitgesproken. De vrouw stelde hoger beroep in tegen de beschikking van de rechtbank. Eind september 2009 deed het hof uitspraak in het hoger beroep, waarna de echtscheiding werd ingeschreven in het register van de burgerlijke stand. Gedurende een groot deel van het jaar 2009 woonden de ex-echtgenoten samen in de eigen woning. De woning behoorde tot de echtscheiding tot het huwelijks vermogen van het echtpaar. De tussen hen bestaande onverdeeldheid werd niet opgeheven. Dat betekende dat ieder van de ex-echtgenoten voor de helft gerechtigd was tot de woning. Ieder van hen moest dus de helft van het eigenwoningforfait aangeven en kon de helft van de betaalde hypotheekrente in aftrek brengen.

De inspecteur stelde zich op het standpunt dat de ex-echtgenoten het gehele jaar 2009 als gehuwd moesten worden aangemerkt en daarom elkaars fiscale partner waren. Omdat zij niet het gehele jaar gehuwd waren, was alleen sprake van fiscaal partnerschap wanneer zij daarvoor in de aangifte hadden gekozen. Geen van beide ex-echtgenoten had die keuze in de aangifte gemaakt.

Deel deze pagina: