Afkoop kleine pensioenen

In de Pensioenwet is geregeld dat een pensioenuitvoerder het ouderdomspensioen van een gewezen deelnemer mag afkopen als de uitkering lager is dan € 462,88 per jaar. Dat is een eenzijdig recht op afkoop. Instemming van de gewezen deelnemer is niet nodig. In veel pensioenreglementen is vastgelegd dat de afkoop van een klein ouderdomspensioen plaatsvindt in de maand waarin de rechthebbende 65 jaar wordt. Door de verhoging van de AOW-leeftijd vindt de afkoop van kleine pensioenen vaak plaats voordat de AOW-leeftijd is bereikt. Dat kan gevolgen hebben voor de hoogte van een eventuele partnertoeslag of een Anw-uitkering.

Het amendement Vermeij bij de Verzamelwet SZW 2015 regelt dat de afkoop van een klein pensioen kan worden uitgesteld tot na de datum waarop een gewezen deelnemer de AOW-gerechtigde leeftijd heeft bereikt. Samenloop van het afkoopbedrag met de AOW-partnertoeslag en Anw-uitkering en overige inkomensafhankelijke regelingen wordt op die manier voorkomen. Volgens een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep mag de Sociale Verzekeringsbank de afkoop van een klein pensioen met de partnertoeslag in beginsel verrekenen, maar leidt het volledig toerekenen van een afkoopsom aan een maand voor de pensioenleeftijd tot een onredelijk resultaat. Om te voorkomen dat de afkoopsom alsnog geheel of gedeeltelijk in mindering wordt gebracht op de AOW-partnertoeslag, is de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van plan om het Inkomensbesluit aan te passen en te regelen dat een afkoopsom van een klein pensioen volledig wordt vrijgelaten bij de AOW-partnertoeslag en Anw-uitkering.

Deel deze pagina: