Doorberekenen na-indexatielasten aan dga

Een BV mag de pensioenvoorziening voor haar dga in eigen beheer houden. De fiscale regels voor een pensioenvoorziening in eigen beheer zijn echter niet gunstig. Zo schrijft de wet voor dat de voorziening moet worden gewaardeerd uitgaande van een rekenrente van ten minste 4%, ongeacht de hoogte van het werkelijk behaalde rendement of de marktrente. Ook mag geen rekening gehouden worden met de zogenaamde na-indexatie, de aanpassing van de pensioenuitkeringen na ingangsdatum aan de stijging van lonen of prijzen. De wet verbiedt namelijk om bij de bepaling van de jaarwinst rekening te houden met kosten en lasten die verband houden met loon- of prijsstijgingen na afloop van het jaar. Dat verbod geldt ook als de omvang van deze kosten en lasten bij het einde van het jaar vaststaat.

Een BV, die het deel van de pensioenlasten dat betrekking had op de toegezegde na-indexatie verhaalde op haar dga, meende dat er daardoor geen sprake was van kosten en lasten in haar resultatenrekening, omdat deze door saldering met de eigen bijdrage van de dga wegvielen.

De Hoge Raad heeft in een arrest uit 2003 overwogen dat de gehele dotatie aan de pensioenvoorziening geldt als kosten en lasten van de BV. De eigen bijdrage van de dga is een bate voor de BV in het jaar van inhouding op het salaris. Door het invoeren van een eigen bijdrage die betrekking heeft op de na-indexatie van de pensioenen kan het verbod om rekening te houden met loon- en prijsstijgingen in latere jaren niet worden omzeild. De bedoelde kosten en lasten zijn overigens niet van aftrek uitgesloten, maar de aftrek is naar de toekomst verschoven, namelijk naar het jaar waarin de stijgingen zich hebben voorgedaan.
Volgens een later arrest van de Hoge Raad geldt de temporisering van aftrek van indexatielasten ook na overdracht van een pensioenverplichting aan een derde.

Een BV die de pensioenvoorziening voor haar dga had overgedragen aan een dochtervennootschap, meende dat in haar geval Hof Den Haag ten onrechte het arrest van de Hoge Raad uit 2003 heeft toegepast. Volgens de BV was sprake van een andere situatie dan de in 2003 beoordeelde casus omdat de pensioenverplichting extern was ondergebracht, inclusief het deel dat betrekking had op de na-indexatie. Omdat de totale indexatielasten werden verhaald op de dga, waren er geen kosten en lasten voor de BV die betrekking hadden op loon- en prijsstijgingen na het betreffende kalenderjaar en was correctie daarvan niet aan de orde. De Advocaat-generaal bij de Hoge Raad concludeert dat de situatie van de BV niet verschilt van die in het arrest uit 2003. Dat betekent dat terecht geen rekening is gehouden met de kosten en lasten van de na-indexatie.

Deel deze pagina: